ECLI:NL:CRVB:2004:AR8883
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering verhoging WAO-uitkering ondanks medische beperkingen
Appellante verzocht om verhoging van haar WAO-uitkering per 7 juni 2000, na afloop van een verkorte wachttijd, op grond van vermeende medische beperkingen die haar arbeidsvermogen zouden beperken tot maximaal 20 uur per week. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) weigerde de verhoging omdat de mate van arbeidsongeschiktheid volgens het belastbaarheidspatroon niet was gewijzigd. De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze weigering ongegrond.
In hoger beroep stelde appellante dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek onvoldoende zorgvuldig was en dat er geen onafhankelijk medisch onderzoek was ingesteld. Ook voerde zij aan dat haar medische beperkingen, zoals reiken, knielen, werken boven schouderhoogte en handgebruik, onvoldoende waren meegewogen. De Raad overwoog echter dat de medische gegevens, inclusief rapportages na een kijkoperatie, adequaat waren beoordeeld en dat de bezwaararbeidsdeskundige passende functies had geselecteerd die aansluiten bij haar belastbaarheid.
De Raad concludeerde dat appellante in staat moet worden geacht de geselecteerde functies te kunnen verrichten, gezien de lage fysieke belastingen van deze functies en het gebruik van een stok bij staan en lopen. De mate van arbeidsongeschiktheid bleef derhalve 25 tot 35%, en de weigering tot verhoging van de WAO-uitkering werd bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering tot verhoging van de WAO-uitkering wegens ongewijzigde arbeidsongeschiktheidsklasse.