ECLI:NL:CRVB:2004:AR9176
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.I. ’t Hooft
- G.M.T. Berkel-Kikkert
- R.H. de Bock
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering verhuiskostenvergoeding wegens ontbreken medische noodzaak
De zaak betreft een geschil over de toekenning van een verhuiskostenvergoeding aan gedaagde. De rechtbank Amsterdam vernietigde eerder een besluit van het College van burgemeester en wethouders van Amsterdam dat de vergoeding had afgewezen, omdat volgens de rechtbank sprake was van objectief aantoonbare beperkingen door ziekte die door verhuizing waren opgeheven.
Het College nam daarop een nieuw besluit waarin het eerdere standpunt werd gehandhaafd dat geen medische noodzaak voor verhuizing bestond. De rechtbank vernietigde dit besluit opnieuw, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het College zich na de eerdere uitspraak van 9 juli 2003 niet meer op het standpunt kon stellen dat er geen medische noodzaak was.
De Raad benadrukt dat het oordeel van de rechtbank over de medische noodzaak niet als een evidente misslag kan worden aangemerkt en dat het College tegen die uitspraak geen hoger beroep heeft ingesteld. Daarom wordt het hoger beroep van gedaagde ongegrond verklaard en wordt de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de verhuiskostenvergoeding wegens het ontbreken van medische noodzaak.