ECLI:NL:CRVB:2004:AS1904
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.I. ’t Hooft
- G.M.T. Berkel-Kikkert
- R.H. de Bock
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkverklaring bezwaar wegens onbevoegdheid appellant
Appellante had bezwaar gemaakt tegen een besluit van het Regionaal Indicatie Orgaan Zuid-Kennemerland, maar dit bezwaar werd niet-ontvankelijk verklaard omdat zij niet bevoegd was om namens haar ouders op te treden. De rechtbank Haarlem had dit oordeel bevestigd en de Raad onderschrijft dit oordeel.
De kern van het geschil betrof de vraag of appellante het bezwaar tijdig en bevoegd had ingediend. Uit het dossier bleek dat de broers van appellante bij beschikking van de kantonrechter tot bewindvoerder en mentor waren benoemd, waardoor appellante juridisch niet bevoegd was om namens haar ouders bezwaar te maken.
De Raad overweegt dat het feit dat de aanvraagdatum voor het Persoonsgebonden Budget Verpleging en Verzorging (PGB - V&V) vóór de benoeming van de bewindvoerder ligt, hieraan niets afdoet. Er is geen aanleiding om appellante in de proceskosten te veroordelen. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard wegens onbevoegdheid, en het bestreden besluit wordt bevestigd.