Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2004:AS1904

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
24 november 2004
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
04/1893 AWBZ
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging niet-ontvankelijkverklaring bezwaar wegens onbevoegdheid appellant

Appellante had bezwaar gemaakt tegen een besluit van het Regionaal Indicatie Orgaan Zuid-Kennemerland, maar dit bezwaar werd niet-ontvankelijk verklaard omdat zij niet bevoegd was om namens haar ouders op te treden. De rechtbank Haarlem had dit oordeel bevestigd en de Raad onderschrijft dit oordeel.

De kern van het geschil betrof de vraag of appellante het bezwaar tijdig en bevoegd had ingediend. Uit het dossier bleek dat de broers van appellante bij beschikking van de kantonrechter tot bewindvoerder en mentor waren benoemd, waardoor appellante juridisch niet bevoegd was om namens haar ouders bezwaar te maken.

De Raad overweegt dat het feit dat de aanvraagdatum voor het Persoonsgebonden Budget Verpleging en Verzorging (PGB - V&V) vóór de benoeming van de bewindvoerder ligt, hieraan niets afdoet. Er is geen aanleiding om appellante in de proceskosten te veroordelen. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.

Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard wegens onbevoegdheid, en het bestreden besluit wordt bevestigd.

Uitspraak

P R O C E S - V E R B A A L
van de mondelinge uitspraak op 24 november 2004
CENTRALE RAAD VAN BEROEP
meervoudige kamer
Zitting heeft: mr. M.I. ’t Hooft, als voorzitter, en mr. G.M.T. Berkel-Kikkert en mr. R.H.de Bock, als leden; griffier: C.H.T.W. van Rooijen
7e Zaak, reg.nr: 04/ 1893 AWBZ
Inzake: [appellante], appellante, verschenen in persoon en bijgestaan door mr. P.H. Dijns,
tegen
de directeur van het Regionaal Indicatie Orgaan Zuid- Kennemerland, gedaagde, verschenen bij gemachtigde J.C. Warmerdam, werkzaam bij gedaagdes organisatie.
Bij het bestreden besluit van 15 juli 2003 heeft gedaagde het bezwaar tegen het primaire besluit van 28 februari 2003 niet-ontvankelijk verklaard.
De rechtbank Haarlem heeft het tegen het bestreden besluit ingestelde beroep bij uitspraak van 8 maart 2004, reg.nr. 03-1385 AWBZ, ongegrond verklaard.
De Raad onderschrijft het oordeel van de rechtbank en overweegt dat niet gebleken is van een bezwaar-schrift van een eerdere datum dan die van 28 november 2002. Aangezien [naam broers], broers van appellante, bij beschikking van de kantonrechter van 15 oktober 2002, tot bewindvoerder respectievelijk mentor zijn benoemd, was appellante ten tijde van het indienen van het bezwaarschrift niet bevoegd in rechte de belangen van haar ouders te behartigen. Het feit dat de aanvraagdatum voor een Persoonsgebonden Budget Verpleging en Verzorging (PGB - V&V) gelegen ligt voor 15 oktober 2002 doet hier niet aan af.
De Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.
De Raad beslist als volgt:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Waarvan proces-verbaal.
Utrecht, 24 november 2004
De plv. griffier, De fungerend voorzitter,
(get.) C.H.T.W. van Rooijen. (get.) mr. M.I. ’t Hooft.
Voor eensluidend afschrift
de griffier van de
Centrale Raad van Beroep.
EK3012