ECLI:NL:CRVB:2004:AS2036
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.E. Lysen
- R.C. Stam
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verzekeringsplicht taxichauffeurs en premieplicht door UWV
De zaak betreft een hoger beroep tegen uitspraken van de rechtbank Amsterdam over de verzekeringsplicht van taxichauffeurs werkzaam bij verschillende taxiondernemingen in Amsterdam. Het UWV had op basis van een grootschalig onderzoek geconcludeerd dat deze chauffeurs, ondanks firmaregelingen, als werknemers in privaatrechtelijke dienstbetrekking werkten en derhalve verzekerd moesten zijn volgens de Ziektewet, Werkloosheidswet, WAO en Ziekenfondswet.
De Raad bevestigt de eerdere uitspraak van 23 oktober 2003 waarin dezelfde arbeidsverhoudingen aan de orde waren en oordeelt dat het UWV terecht een verzekeringsplichtige arbeidsverhouding heeft aangenomen. Ook de weigering van het UWV om uitstel van betaling te verlenen wordt goedgekeurd. De Raad stelt vast dat het duidelijk was wie als werkgever diende te worden aangemerkt binnen de vennootschappen onder firma.
In specifieke zaken, zoals die van appellant 11, wordt bevestigd dat de vrijwillige verzekering terecht is beëindigd vanwege de verplichte verzekeringsplicht. Voor appellant 28 is vastgesteld dat de premieplicht in rechte vaststaat omdat geen beroep is ingesteld. De Raad ziet geen aanleiding om de opgelegde premienota’s onjuist te achten. Een kennelijke misslag in de tenaamstelling van een uitspraak wordt gecorrigeerd zonder gevolgen voor de inhoudelijke beoordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de verzekeringsplicht en premieplicht van taxichauffeurs zoals vastgesteld door het UWV.