ECLI:NL:CRVB:2004:AS2041
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H.R. Geerling-Brouwer
- Rechtspraak.nl
Bezwaren niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding bezwaartermijn sociale zekerheidsuitkeringen
Eiser heeft tegen afwijzende besluiten van de Pensioen- en Uitkeringsraad inzake zijn aanvragen op grond van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 (Wuv) en de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945 (Wubo) bezwaar gemaakt. Deze besluiten waren genomen op 30 oktober 2003 en aan eiser verzonden op dezelfde datum.
Eiser diende zijn bezwaarschriften pas op 19 december 2003 in, ruim na de wettelijke termijn van zes weken zoals bepaald in artikel 6:7 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Verweersters verklaarden de bezwaren niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding. Eiser gaf als reden voor de vertraging het zoeken van getuigen en de feestdagen.
De Raad oordeelt dat deze omstandigheden onvoldoende zijn om de termijnoverschrijding te verontschuldigen. Er is geen bewijs dat eiser gedurende de gehele bezwaarperiode niet in staat was tijdig bezwaar in te dienen. Daarom kan niet worden afgezien van niet-ontvankelijkverklaring op grond van artikel 6:11 Awb Pro.
De beroepen van eiser worden ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenvergoeding toegekend op grond van artikel 8:75 Awb Pro. De bestreden besluiten blijven daarmee in stand.
Uitkomst: De beroepen van eiser worden ongegrond verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn.