ECLI:NL:CRVB:2004:AS2043
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- G. van der Wiel
- R.C. Stam
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verzekeringsplicht taxichauffeurs in vennootschap onder firma
De zaak betreft de vraag of taxichauffeurs die werkzaam zijn binnen een vennootschap onder firma onder de verzekeringsplicht van sociale verzekeringswetten vallen. De Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) had verzekeringsplicht aangenomen voor de jaren 1997 tot en met 1999 en boetenota’s opgelegd aan appellante.
De Centrale Raad van Beroep overwoog dat op basis van een grootschalig onderzoek in de taxibranche was vastgesteld dat taxichauffeurs ondanks privaatrechtelijke dienstbetrekkingen feitelijk bleven werken voor de oorspronkelijke exploitanten van de taxivergunning. De arbeidsverhouding betrof een vennootschap onder firma waarin betrokkene en andere vennoten werkzaam waren.
De Raad verwees naar een eerdere uitspraak van 23 oktober 2003 waarin dezelfde materiële arbeidsverhouding was beoordeeld en oordeelde dat er geen reden was om anders te beslissen. De verzekeringsplicht en premieplichtige gevolgen, waaronder de boetenota, werden terecht aangenomen.
Verder stelde de Raad vast dat het voor appellante duidelijk was welke vennoten als werkgever moesten worden aangemerkt, mede gelet op de inhoud van het besluit en de vennootschapsakte. De aangevallen uitspraak werd daarom bevestigd en het hoger beroep afgewezen.
De Raad zag geen grond om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en deed het vonnis in het openbaar op 16 december 2004.
Uitkomst: De verzekeringsplicht en premieplicht voor taxichauffeurs binnen de vennootschap onder firma worden bevestigd en het hoger beroep wordt afgewezen.