ECLI:NL:CRVB:2004:AS2045

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
30 december 2004
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
04/866 WUV
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • H.R. Geerling-Brouwer
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 20 Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945Art. 21 Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945Art. 8:75 Algemene wet bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vergoeding brilkosten voor oorlogsgetroffene wegens ontbreken verband met vervolging

Eiseres, erkend als oorlogsgetroffene, verzocht om vergoeding dan wel tegemoetkoming in de kosten van een bril. Deze aanvraag werd door de Pensioen- en Uitkeringsraad afgewezen omdat de oogklachten niet in verband werden gebracht met de vervolging tijdens de oorlog.

De Raad nam het standpunt van de geneeskundig adviseur over, die op basis van medische informatie oordeelde dat de oogklachten constitutioneel en leeftijdsgebonden waren, mede gezien het feit dat de bril werd voorgeschreven na een staaroperatie in januari 2003.

De Raad kon geen aanwijzingen vinden die het standpunt van de verweerster onjuist maakten en oordeelde dat de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 alleen vergoeding biedt voor kosten die verband houden met uit de vervolging voortvloeiende aandoeningen.

Daarom werd het beroep van eiseres ongegrond verklaard en werd geen vergoeding toegekend. Tevens werd geen proceskostenvergoeding toegekend.

Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de afwijzing van vergoeding van brilkosten wordt ongegrond verklaard wegens ontbreken van verband met de vervolging.

Uitspraak

E N K E L V O U D I G E K A M E R
04/866 WUV
U I T S P R A A K
in het geding tussen:
[eiseres], wonende te [woonplaats], eiseres,
en
de Raadskamer WUV van de Pensioen- en Uitkeringsraad, verweerster.
I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING
Bij besluit van 29 januari 2004, kenmerk JZ/Q70/2004/044, heeft verweerster ten aanzien van eiseres uitvoering gegeven aan de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945, hierna: de Wet.
Eiseres heeft tegen dit besluit beroep ingesteld. In het beroepschrift heeft zij aangegeven waarom zij zich niet met het bestreden besluit kan verenigen.
Verweerster heeft een verweerschrift ingediend.
Het geding is behandeld ter zitting van de Raad op 18 november 2004. Aldaar is eiseres niet verschenen en heeft verweerster zich doen vertegenwoordigen door drs. T.N.L.C. van Wickevoort Crommelin, werkzaam bij de Pensioen- en Uitkeringsraad.
II. MOTIVERING
Eiseres, geboren [in] 1928, is vervolgde in de zin van de Wet. Verweerster heeft aanvaard dat de bij eiseres bestaande psycholabiliteit en haar reumatische klachten met de vervolging verband houden. Aan eiseres zijn diverse voorzieningen toegekend die in verband staan met deze uit de vervolging voortvloeiende aandoeningen.
Een aanvullende aanvraag van 28 juli 2003 om in aanmerking te komen voor vergoeding van dan wel tegemoetkoming in de kosten van een bril is door verweerster bij besluit van 21 november 2003 afgewezen. Verweerster heeft daarbij in navolging van haar geneeskundig adviseur het standpunt ingenomen dat de oogklachten van eiseres niet in verband staan met de door haar ondergane vervolging. Dit besluit heeft verweerster na door eiseres gemaakt bezwaar bij het thans bestreden besluit gehandhaafd.
Eiseres kan zich met het bestreden besluit niet verenigen.
De Raad overweegt als volgt.
Ingevolge artikel 20 en Pro 21 van de Wet is het mogelijk een vervolgde in aanmerking te brengen voor vergoeding van dan wel tegemoetkoming in de te zijnen laste blijvende extra kosten verband houdende met uit de vervolging voortvloeiende ziekten of gebreken. Voorwaarde voor toekenning van een dergelijke voorziening is derhalve dat deze in verband staat met een aandoening die voortvloeit uit de vervolging.
Naar uit de gedingstukken blijkt, is de bril waarvoor eiseres aan verweerster vergoeding heeft gevraagd aan haar voor- geschreven na een staaroperatie, die in januari 2003 heeft plaatsgevonden. Verweersters geneeskundig adviseur heeft op basis van informatie verkregen uit de behandelende sector geoordeeld dat de oogklachten van eiseres, gezien hun aard en moment van ontstaan als constitutioneel en leeftijdgebonden moeten worden aangemerkt. Dit standpunt heeft verweerster bij het thans bestreden besluit overgenomen.
De Raad heeft in de omtrent eiseres beschikbare informatie geen aanknopingspunten kunnen vinden om dit standpunt voor onjuist te houden. Nu een verband tussen de bij eiseres aanwezige oogklachten en de door haar ondergane vervolging niet valt te leggen, biedt de Wet geen mogelijkheden aan haar de gevraagde voorziening toe te kennen.
Het beroep van eiseres moet derhalve ongegrond worden verklaard.
De Raad acht geen termen aanwezig toepassing te geven aan artikel 8:75 inzake Pro vergoeding van proceskosten en beslist als volgt.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Verklaart het beroep ongegrond.
Aldus gegeven door mr. H.R. Geerling-Brouwer, in tegenwoordigheid van J.P. Schieveen als griffier en uitgesproken in het openbaar op 30 december 2004.
(get.) H.R. Geerling-Brouwer.
(get.) J.P. Schieveen.