ECLI:NL:CRVB:2004:AS2050
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H.R. Geerling-Brouwer
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond verklaard tegen niet-ontvankelijkheid bezwaar berekeningsbeslissing vermogen WUV
Eiseres, weduwe van een vervolgingsslachtoffer, ontving een periodieke uitkering op grond van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 (WUV). Verweerster had het voor de Wet in aanmerking te nemen vermogen van eiseres verhoogd vanwege een erfenis verkregen in 1990. Bij een berekeningsbeslissing van 31 juli 2003 werd het vermogen voor de jaren 2001 en 2002 definitief vastgesteld.
Eiseres maakte bezwaar tegen deze berekeningsbeslissing, stellende dat haar vermogen aanzienlijk was afgenomen. Verweerster verklaarde dit bezwaar niet-ontvankelijk. Eiseres stelde beroep in tegen deze niet-ontvankelijkverklaring. De Raad overwoog dat de berekeningsbeslissing geen zelfstandig besluit met rechtsgevolg is, maar een vaststelling binnen de bestaande wettelijke kaders, en daarom niet aan te merken is als besluit in de zin van artikel 1:3 Awb Pro.
De Raad oordeelde dat het bezwaar terecht niet-ontvankelijk was verklaard en verklaarde het beroep ongegrond. Tevens werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Eerder had eiseres ook een verzoek tot herziening van het vermogen ingediend dat was afgewezen en waartegen ook beroep was ingesteld en ongegrond verklaard.
De uitspraak bevestigt dat berekeningsbeslissingen die geen zelfstandig rechtsgevolg hebben niet vatbaar zijn voor bezwaar en beroep volgens de Awb, en dat het vermogen voor de WUV-uitkering sinds 1990 ongewijzigd is gebleven.
Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar tegen de berekeningsbeslissing wordt ongegrond verklaard.