ECLI:NL:CRVB:2004:AS2064
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- G. van der Wiel
- R.C. Stam
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verzekeringsplicht taxichauffeurs en weigering uitstel betaling premienota's
In deze zaak staat de verzekeringsplicht van taxichauffeurs centraal. Appellante betwistte de door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) vastgestelde verzekeringsplicht en de daaraan verbonden premienota’s over de jaren 1996 tot en met 1998. Tevens werd bezwaar gemaakt tegen de weigering van uitstel van betaling van deze nota’s.
De Raad baseert zich op een grootschalig onderzoek naar de taxibranche dat in 1994 is gestart, waaruit bleek dat taxichauffeurs ondanks een firmaregeling feitelijk als werknemers van de oorspronkelijke exploitanten werkten. De arbeidsverhouding werd als verzekeringsplichtig aangemerkt, wat premieplichtige gevolgen heeft.
De Raad verwijst naar een eerdere uitspraak van 23 oktober 2003 waarin dezelfde materiële arbeidsverhouding werd beoordeeld en dezelfde conclusie werd getrokken. Ook de weigering van uitstel van betaling werd toen bevestigd. De Raad ziet geen reden om in deze zaak anders te beslissen en bevestigt de eerdere uitspraak.
De beslissing is genomen zonder dat appellante op de zitting is verschenen, terwijl gedaagde vertegenwoordigd was. De Raad acht geen gronden aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht, die een schorsing van het bestreden besluit mogelijk zou maken.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt derhalve de verzekeringsplicht en de weigering van uitstel van betaling van de premienota’s.
Uitkomst: De verzekeringsplicht van taxichauffeurs wordt bevestigd en het verzoek om uitstel van betaling van premienota’s wordt afgewezen.