ECLI:NL:CRVB:2004:AS2080
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- G. van der Wiel
- R.C. Stam
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verzekeringsplicht taxichauffeurs en weigering uitstel betaling premienota's
Deze zaak betreft het hoger beroep van een taxionderneming tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam inzake de verzekeringsplicht van taxichauffeurs over de jaren 1997 en 1998. De Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) had vastgesteld dat ondanks een firmaregeling de chauffeurs als verzekeringsplichtige werknemers moesten worden aangemerkt. Tevens werd uitstel van betaling van de premienota's geweigerd.
De Centrale Raad van Beroep verwijst naar een eerdere uitspraak van 23 oktober 2003, waarin dezelfde materiële arbeidsverhouding werd beoordeeld. De Raad ziet geen reden om in deze zaak anders te beslissen en bevestigt dat de betrokken chauffeurs premieplichtig zijn. Ook oordeelt de Raad dat het voor appellante duidelijk was welke vennoten als werkgevers moesten worden aangemerkt.
Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak wordt bevestigd. Er is geen aanleiding om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. De Raad benadrukt dat het Uwv terecht het uitstel van betaling van de premienota's heeft geweigerd.
Uitkomst: De verzekeringsplicht van taxichauffeurs wordt bevestigd en het verzoek om uitstel van betaling van premienota's wordt afgewezen.