ECLI:NL:CRVB:2004:AS2088
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening bijstandsuitkering en boete wegens niet melden inkomsten uit arbeid
Appellant ontving bijstand van september 1996 tot april 1999. Gedaagde herzag het recht op bijstand over twee periodes in 1998 vanwege niet gemelde inkomsten uit arbeid bij een stuwadoorsbedrijf. Hierdoor werd bijstand ten onrechte verleend en teruggevorderd.
Appellant voerde aan dat het om een proefperiode ging en meldde de werkzaamheden niet. De Raad oordeelde dat de inlichtingenverplichting uit artikel 65 Abw Pro was geschonden en dat de terugvordering op grond van artikel 81 Abw Pro terecht was. De stelling dat de opgegeven uren onjuist waren, werd niet onderbouwd.
De opgelegde boete van € 272 wegens schending van de inlichtingenplicht werd eveneens bevestigd. Er waren geen dringende redenen om af te zien van herziening, terugvordering of boete. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De herziening en terugvordering van bijstand en de opgelegde boete worden bevestigd; het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.