ECLI:NL:CRVB:2004:AS2215
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- G. van der Wiel
- R.C. Stam
- Rechtspraak.nl
Verzekeringsplicht van taxichauffeurs en reserve-rijders bevestigd door Centrale Raad van Beroep
De zaak betreft een hoger beroep van appellant tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam over de verzekeringsplicht van taxichauffeurs en reserve-rijders in de jaren 1996 en 1997. De Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) had premienota’s opgelegd en uitstel van betaling geweigerd.
De Raad oordeelt dat de verzekeringsplicht terecht is aangenomen voor appellant en mede-vennoten, waarbij de arbeidsverhouding als verzekeringsplichtig wordt beschouwd op grond van een onderzoek naar de taxibranche. De arbeidsovereenkomsten met reserve-rijders leiden eveneens tot een verzekeringsplichtige arbeidsverhouding, omdat appellant niet slaagt in het bewijs dat hij geen werkgever zou zijn.
De Raad bevestigt voorts de eerdere uitspraak van 23 oktober 2003 waarin soortgelijke kwesties aan de orde waren en wijst het beroep af. Er zijn geen gronden om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd.
Uitkomst: De verzekeringsplicht van taxichauffeurs en reserve-rijders wordt bevestigd en het hoger beroep wordt afgewezen.