ECLI:NL:CRVB:2004:AS2216
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- G. van der Wiel
- R.C. Stam
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verzekeringsplicht en premieplicht voor vennoot taxibedrijf
De zaak betreft een geschil over de verzekeringsplicht en premieplicht van een vennoot binnen een vennootschap die taxidiensten verleent. De Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) had een besluit genomen waarin werd vastgesteld dat de appellant vanaf 11 april 1996 premieplichtig was voor betrokkenen, waaronder taxichauffeurs die werkzaam waren binnen de vennootschap.
De rechtbank Amsterdam had dit besluit eerder bevestigd, waarbij zij tevens oordeelde dat de appellant als vennoot aansprakelijk kon worden gesteld voor de premienota's. De Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak, maar nuanceert dat de appellant niet als vennoot, maar als werkgever is aangesproken, hetgeen ook uit de processtukken blijkt en nooit ter discussie stond.
De Raad verwijst naar eerdere jurisprudentie en overweegt dat de materiële arbeidsverhouding gelijk is aan eerdere zaken, waardoor geen reden bestaat om af te wijken van eerdere beslissingen. De Raad wijst het beroep af en bevestigt het bestreden besluit, waarmee de verzekeringsplicht en premieplicht terecht zijn vastgesteld.
De uitspraak is gedaan in het openbaar op 16 december 2004 door de Centrale Raad van Beroep, waarbij de voorzitter en leden het vonnis hebben gewezen. De Raad ziet geen aanleiding om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
Uitkomst: De verzekeringsplicht en premieplicht van de appellant als werkgever worden bevestigd.