ECLI:NL:CRVB:2004:AS2221
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- M.C.M. van Laar
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Verzekeringsplicht en gezagsverhouding directeuren/aandeelhouders in vennootschap
De zaak betreft de vraag of er sprake is van een verzekeringsplichtige dienstbetrekking tussen een vennootschap en haar directeuren/aandeelhouders. De Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) had per besluit verzekeringsplicht aangenomen ten aanzien van de betrokken directeuren/aandeelhouders, wat door de rechtbank Utrecht werd vernietigd op basis van een oordeel dat sprake was van gezamenlijk ondernemerschap.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt echter anders. De Raad stelt dat de statutaire bepalingen en eigendomsverhoudingen ertoe leiden dat de directeuren/aandeelhouders geen doorslaggevende invloed hebben op hun ontslag binnen de algemene vergadering van aandeelhouders (AVA). Hierdoor is er sprake van een gezagsverhouding en dus een dienstbetrekking.
Hoewel een aandeelhoudersovereenkomst een hogere meerderheid voor ontslag vereist, is deze in strijd met het Burgerlijk Wetboek en kan de AVA rechtsgeldig besluiten nemen. De Raad concludeert dat onvoldoende materiële indicaties bestaan voor gezamenlijk ondernemerschap en bevestigt de verzekeringsplicht vanaf 1 juni 2000. Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de verzekeringsplicht van de directeuren/aandeelhouders wordt bevestigd.