ECLI:NL:CRVB:2004:AS2351
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- D.J. van der Vos
- K.J. Kraan
- Rechtspraak.nl
Beoordeling toekenning WAO-uitkering bij medische beperkingen en arbeidsmogelijkheden
Appellant, werkzaam als schoonmaker en afwashulp, staakte zijn werkzaamheden in 1997 wegens pijnklachten. Na de wettelijke wachttijd verleende het UWV hem een WAO-uitkering op basis van 35-45% arbeidsongeschiktheid, waarbij hij ongeschikt werd geacht voor zijn oude werk maar wel geschikt voor ander passend werk binnen medische beperkingen.
De rechtbank bevestigde dit besluit na beoordeling van medische en arbeidskundige gegevens. Appellant voerde in hoger beroep aan dat het medisch onderzoek onvoldoende was, dat de bezwaarverzekeringsarts niet bevoegd was en dat de geselecteerde functies niet passend waren. De Raad stelde vast dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat de bezwaarverzekeringsartsen hun beoordeling op juiste gronden baseerden.
Verder oordeelde de Raad dat de geselecteerde functies voldoen aan de medische urenbeperkingen en voldoende arbeidsplaatsen bieden. De Raad verwierp het beroep op vertraagde besluitvorming als grond voor een hogere uitkering en bevestigde het bestreden besluit. De uitspraak werd op 24 december 2004 in het openbaar gegeven.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de toekenning van een WAO-uitkering van 35-45% arbeidsongeschiktheid aan appellant.