ECLI:NL:CRVB:2004:AS2356
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- D.J. van der Vos
- K.J. Kraan
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit herziening WAO-uitkering wegens ontbreken onderzoek medische en arbeidskundige situatie
Appellant ontvangt sinds 1987 een WAO-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid, aanvankelijk gebaseerd op rugklachten. In 1996 werd de uitkering verhoogd vanwege vermeende toename van arbeidsongeschiktheid door maagklachten. Gedaagde stelde later vast dat deze verhoging onterecht was, omdat de toename voortkwam uit andere klachten dan waarop de oorspronkelijke uitkering was gebaseerd.
De rechtbank bevestigde dat de herziening terecht was gebaseerd op artikel 37, tweede lid, van de WAO, dat herziening achterwege laat indien de toename van arbeidsongeschiktheid een andere oorzaak heeft dan de oorspronkelijke. De Centrale Raad van Beroep sluit zich aan bij dit oordeel, maar constateert dat het besluit om de uitkering per 18 juli 1999 te verlagen niet is gebaseerd op een medisch en arbeidskundig onderzoek.
Omdat gedaagde geen onderzoek heeft laten uitvoeren naar mogelijke relevante wijzigingen in de medische en arbeidskundige situatie van appellant, is het besluit in strijd met artikel 3:2 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en kan het niet in stand blijven. De Raad vernietigt het besluit en beveelt een nieuw besluit op bezwaar, met inachtneming van deze uitspraak. Tevens veroordeelt de Raad gedaagde in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot herziening van de WAO-uitkering wordt vernietigd vanwege het ontbreken van medisch en arbeidskundig onderzoek, en gedaagde moet een nieuw besluit nemen.