ECLI:NL:CRVB:2004:AS2484
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot verdeling gedifferentieerde WAO-premie over opvolgende werkgevers
De zaak betreft een geschil over de vaststelling van de gedifferentieerde premie op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) voor het jaar 2001. Het UWV had de premie voor Stichting Regenboog vastgesteld mede vanwege een aan een ex-werknemer betaalde WAO-uitkering. De werknemer was tijdens een dienstverband van 32 uur arbeidsongeschikt geworden, maar was later bij een andere werkgever in dienst getreden voor 9 uur per week. Gedaagde stelde dat het billijk was de premielast over beide werkgevers te verdelen.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de rechter niet bevoegd is om de billijkheid van de wet te toetsen en dat er geen wettelijke grondslag bestaat voor een dergelijke verdeling van de premielast. Het hoger beroep van het UWV werd gegrond verklaard tegen een eerdere uitspraak van de rechtbank die het bezwaar van gedaagde had toegewezen vanwege een motiveringsgebrek en onzorgvuldige voorbereiding.
De Raad bevestigde dat een grief die ziet op de toekenning van een WAO-uitkering, zoals de ingangsdatum, niet kan worden behandeld in een geding over de gedifferentieerde premie. Het beroep werd ongegrond verklaard en het bestreden besluit gehandhaafd.
Uitkomst: Het hoger beroep van het UWV wordt ongegrond verklaard en de gedifferentieerde premie wordt niet verdeeld over opeenvolgende werkgevers.