ECLI:NL:CRVB:2004:AS2658
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering ziekengeld wegens herstel arbeidsongeschiktheid steksteekster
Appellante, werkzaam als steksteekster in de tuinbouw, werd aanvankelijk ziekengeld toegekend wegens zwangerschapsklachten en bevalling. Na afloop van haar bevallingsuitkering werd het ziekengeld stopgezet omdat zij volgens de bezwaarverzekeringsarts niet langer ongeschikt was voor haar werk. De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze beslissing ongegrond. In hoger beroep voerde appellante aan dat zij vanwege psychische klachten nog steeds niet kon werken, onderbouwd met medische verklaringen van haar huisarts en een rapport van de Riagg.
De Centrale Raad van Beroep heeft deze medische stukken beoordeeld en concludeerde dat de klachten vooral samenhingen met psychosociale factoren en niet met een zodanige arbeidsongeschiktheid die haar verhinderde haar eenvoudige werk te verrichten. De Raad hechtte vooral waarde aan het rapport van de bezwaarverzekeringsarts, die stelde dat de werkzaamheden niet fors psychisch belastend waren en appellante deze kon uitvoeren.
Gelet op de medische informatie en het dagelijks functioneren van appellante zag de Raad geen reden om het eerdere oordeel te wijzigen en bevestigde het besluit tot weigering van ziekengeld. Hiermee werd het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit tot weigering van ziekengeld omdat appellante niet langer arbeidsongeschikt was voor haar werk als steksteekster.