ECLI:NL:CRVB:2004:AS2673
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Herziening en terugvordering onverschuldigd betaalde toeslag volgens Toeslagenwet
Appellant ontving vanaf juni 1998 een toeslag op grond van de Toeslagenwet naast een gedeeltelijke WAO-uitkering en een Ziektewetuitkering. Gedaagde, het UWV, herzag de toeslag en vorderde onverschuldigd betaalde bedragen terug. De rechtbank Arnhem vernietigde het bestreden besluit en stelde de herziening in op 19 oktober 1998.
Na uitvoering van deze uitspraak nam gedaagde een nieuw besluit waarbij de toeslag met ingang van 20 oktober 1998 werd herzien en de terugvordering werd aangepast. Appellant stelde hiertegen beroep in, maar de Raad oordeelde dat appellant recht had op een nabetaling over de periode tot 19 oktober 1998 en dat hierover rente was betaald.
Gezien deze omstandigheden zag de Raad geen belang meer bij verdere beoordeling van het hoger beroep en verklaarde het niet-ontvankelijk. Tevens werd het beroep tegen het nieuwe besluit ongegrond verklaard. De Raad onderschreef dat appellant redelijkerwijs had kunnen begrijpen dat hij te veel toeslag ontving, gelet op het inkomen en de toeslaggrens.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard en het beroep tegen het nieuwe besluit ongegrond verklaard.