ECLI:NL:CRVB:2004:AS2736
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Ch.J.G. Olde Kalter
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering herziening WAO-uitkering wegens andere oorzaak arbeidsongeschiktheid
Appellant, een voormalige timmerman, ontving sinds 1990 een WAO-uitkering wegens linkerenkelklachten. Na een vijfdejaarsherbeoordeling in 1999 werd zijn uitkering ongewijzigd voortgezet. In 2000 meldde appellant zich met toegenomen arbeidsongeschiktheid door rugklachten en uitstralingen naar het rechterbeen. Een verzekeringsarts concludeerde dat deze klachten een andere ziekteoorzaak hadden dan de oorspronkelijke enkelklachten.
Gedaagde weigerde de WAO-uitkering te herzien op grond van deze andere oorzaak. Appellant maakte bezwaar, waarna een bezwaarverzekeringsarts het voordeel van de twijfel gaf en het belastbaarheidspatroon aanpaste. De bezwaararbeidsdeskundige selecteerde passende functies, leidend tot een herziening van de uitkering naar 45-55% arbeidsongeschiktheid per 29 mei 2000. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, oordeelde dat appellant niet benadeeld was door het niet vooraf ontvangen van rapporten en dat de belastbaarheid juist was vastgesteld.
In hoger beroep voerde appellant aan dat hij niet in staat was om een uur aaneengesloten te zitten en dat hij onterecht niet was geïnformeerd over de rapporten in de bezwaarfase. De Raad oordeelde dat de rapporten niet onder de hoorplicht van artikel 7:9 Awb Pro vielen en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Een proceskostenveroordeling werd niet toegewezen. De WAO-uitkering werd dus niet verder herzien.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering tot herziening van de WAO-uitkering omdat de toegenomen arbeidsongeschiktheid het gevolg is van een andere oorzaak.