ECLI:NL:CRVB:2004:AS4553
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- Rechtspraak.nl
Centrale Raad van Beroep vernietigt besluit over opzegtermijn WW-uitkering bij Belgisch arbeidsrecht
Gedaagde was werkzaam bij een Belgische werkgever met een arbeidsovereenkomst onder Belgisch recht. Na beëindiging van het dienstverband ontving zij een opzeggingsvergoeding van 14 maanden loon. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) stelde deze vergoeding gelijk aan loon over de opzegtermijn en weigerde WW-uitkering tot 1 december 2000, uitgaande van die termijn.
De rechtbank oordeelde dat de opzegtermijn niet 14 maanden was, maar negen maanden volgens Belgisch recht, en vernietigde het besluit deels. De Raad van Beroep stelde echter dat de opzegtermijn moet worden beoordeeld naar Nederlands recht, conform artikel 16, derde lid, van de WW, en niet naar Belgisch recht.
De Raad vernietigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, en bepaalde dat het Uwv opnieuw moet beslissen met inachtneming van het Nederlandse recht. Tevens werd het griffierecht aan gedaagde vergoed. Hiermee is bevestigd dat bij de WW-uitkering de Nederlandse opzegtermijn geldt, ook bij buitenlandse arbeidsovereenkomsten.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en het Uwv moet opnieuw beslissen met toepassing van de Nederlandse opzegtermijn.