ECLI:NL:CRVB:2004:AU0450
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- Rechtspraak.nl
Geen recht op OV-studentenkaart bij niet tijdige inlevering per post
Appellante had studiefinanciering tot juni 2001 en werd bij meerdere besluiten vastgesteld dat zij vanaf 1 juli 2001 geen recht meer had op de OV-studentenkaart. Tevens werd geconstateerd dat zij de OV-kaart niet of niet tijdig had ingeleverd, wat leidde tot een schuld van 300 gulden per maand.
De rechtbank Zutphen verklaarde het bezwaar tegen het besluit van 23 november 2001 ongegrond, vernietigde het bestreden besluit voor andere maanden en verklaarde enkele bezwaren niet-ontvankelijk. Appellante stelde hoger beroep in tegen de uitspraak voor zover het bezwaar met betrekking tot de OV-schuld over september, oktober en november 2000 ongegrond werd verklaard.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat appellante ervoor had gekozen de OV-kaart niet in te leveren bij een aangewezen inleverpunt, maar deze per gewone post te verzenden. Het risico dat de kaart niet aankwam, lag daardoor bij appellante. Er was geen grond voor toepassing van de hardheidsclausule (art. 8:75 Awb Pro). Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd; appellante heeft geen recht op de OV-studentenkaart wegens niet tijdige inlevering.