Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2005:AP0307

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
27 januari 2005
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
04/395 BPW
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • G.L.M.J. Stevens
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 17 BeroepswetArt. 8:55 AwbArt. 8:75 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkverklaring van beroep wegens niet tijdig indienen

De opposante heeft beroep ingesteld tegen een besluit van de Pensioen- en Uitkeringsraad, maar dit beroep werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het niet tijdig was ingediend. Tegen deze niet-ontvankelijkverklaring heeft de opposante verzet aangetekend.

Tijdens de zitting van 16 december 2004 verscheen de opposante persoonlijk, terwijl de geopposeerde partij zich niet liet vertegenwoordigen. De Raad heeft vastgesteld dat de opposante in haar verzet geen nieuwe gronden heeft aangevoerd die het verzet gegrond zouden maken. Er waren ook geen medische gegevens die zouden aantonen dat zij gedurende de beroepstermijn niet in staat was om het beroepschrift tijdig in te dienen.

Daarom heeft de Centrale Raad van Beroep het verzet ongegrond verklaard en de eerdere niet-ontvankelijkverklaring gehandhaafd. Er is geen aanleiding om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Awb.

Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het beroepschrift wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

E N K E L V O U D I G E K A M E R
04/395 BPW
U I T S P R A A K
met toepassing van artikel 17 van Pro de Beroepswet in samenhang met artikel 8:55 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen:
[opposante], wonende te [woonplaats], opposante,
en
de Raadskamer Wetten Buitengewoon Pensioen van de Pensioen- en Uitkeringsraad, geopposeerde.
I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING
Bij uitspraak van 27 mei 2004 heeft de Raad het door opposante ingestelde beroep tegen een ten aanzien van haar door geopposeerde genomen besluit van 27 augustus 2003, kenmerk 86334, niet-ontvankelijk verklaard op de grond dat het beroep niet tijdig bij de Raad is ingediend.
Tegen die uitspraak heeft opposante verzet gedaan bij brief van 3 juni 2004, welke op 8 juni 2004 bij de griffie van de Raad is ontvangen.
Het verzet is behandeld ter zitting van de Raad op 16 december 2004. Daar is eiseres in persoon verschenen en heeft geopposeerde, zoals tevoren bericht, zich niet laten vertegenwoordigen
II. MOTIVERING
De Raad stelt vast dat opposante in verzet geen gronden naar voren heeft gebracht die tot gegrondverklaring van het verzet dienen te leiden.
Hiertoe heeft de Raad overwogen, dat hetgeen door opposante in verzet aanvoert de Raad niet leidt tot het oordeel dat opposante ten aanzien van de overschrijding van geldende beroepstermijn niet in verzuim is geweest.
In het bijzonder overweegt de Raad dat ook in verzet niet is kunnen blijken van medische gegevens waaruit naar voren komt dat opposante gedurende de gehele beroepstermijn buiten staat is geweest een beroepschrift in te (laten) dienen.
Met toepassing van artikel 8:55 van Pro de Awb wordt daarom beslist zoals hierna in rubriek III is aangegeven.
De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan het bepaalde in artikel 8:75 van Pro de Awb.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Verklaart het verzet ongegrond.
Aldus gegeven door mr. G.L.M.J. Stevens, in tegenwoordigheid van J.P. Schieveen als griffier, en uitgesproken in het openbaar op 27 januari 2005.
(get.) G.L.M.J. Stevens.
(get.) J.P. Schieveen.