ECLI:NL:CRVB:2005:AQ6268
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- C.W.J. Schoor
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verzet wegens overschrijding termijn bij AOW-uitkering
Opposant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam inzake een AOW-uitkering. De Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank is geopposeerde partij. De Raad heeft het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat opposant het griffierecht niet tijdig had voldaan en het verzetschrift na de wettelijke termijn van zes weken werd ingediend.
Opposant gaf aan door ernstige ziekte en blindheid niet op tijd te hebben kunnen reageren en heeft medische verklaringen overgelegd. De Raad oordeelde echter dat deze omstandigheden onvoldoende waren om het verzuim te rechtvaardigen. Bovendien had opposant een voorlopig verzetschrift kunnen indienen om de termijn te respecteren.
De Raad past artikel 21 van Pro de Beroepswet samen met artikel 8:55 van Pro de Algemene wet bestuursrecht toe en verklaart het verzet niet-ontvankelijk. De bestreden uitspraak blijft daardoor in stand. De zitting vond plaats op 8 november 2005, waarbij geen van de partijen aanwezig was.
Uitkomst: Het verzet wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de verzetstermijn.