ECLI:NL:CRVB:2005:AS2333
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens vervallen belang na vernietiging ontslag op staande voet
Appellant werd op 6 februari 2001 op staande voet ontslagen en ontving een bijstandsuitkering die met 50% werd verlaagd wegens dit ontslag. De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze maatregel ongegrond. Appellant stelde hoger beroep in tegen het besluit van 11 oktober 2001 waarin het bezwaar tegen de verlaging van de uitkering werd afgewezen.
Het gerechtshof vernietigde het ontslag op staande voet, waarna Vixia B.V. het loon van appellant over de betreffende periode doorbetaalde. Hierdoor had appellant achteraf geen recht op bijstand over die periode. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het belang bij het hoger beroep daarmee was komen te vervallen en verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk.
Daarnaast werd de gemeente Schinnen veroordeeld tot betaling van de proceskosten van appellant, inclusief het betaalde griffierecht. De uitspraak bevestigt dat het vervallen van het belang kan leiden tot niet-ontvankelijkheid in bestuursrechtelijke procedures.
Uitkomst: Hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens vervallen belang na vernietiging ontslag op staande voet.