ECLI:NL:CRVB:2005:AS2350
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor verhuiskosten wegens ontbreken van noodzaak
Appellant verzocht bijzondere bijstand voor de kosten van een verhuizing van een flatwoning in een grote stad naar een woning in een plattelandsgemeente, gesteund op een medisch advies dat hij niet kon wennen in de grote stad. De gemeente Rotterdam wees de aanvraag af omdat de verhuiskosten tot de algemeen noodzakelijke kosten behoren die uit het inkomen moeten worden betaald, tenzij bijzondere omstandigheden dit onmogelijk maken.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. Appellant stelde dat artikel 39 van Pro de Algemene bijstandswet (Abw) geen eis stelt dat de kosten acuut noodzakelijk zijn. De Raad overwoog dat de verhuizing wenselijk was, maar dat geen sprake was van een acute of bijzondere noodzaak die bijstandsverlening rechtvaardigt. De verklaring van de huisarts werd niet voldoende geacht om het oordeel te wijzigen, mede omdat deze was opgesteld na kennisname van het proces-verbaal en op verzoek van appellant.
De Raad bevestigde de eerdere uitspraak en wees een vergoeding van de verhuiskosten af, met verwijzing naar vaste rechtspraak dat dergelijke kosten in principe uit het inkomen moeten worden betaald. Er was geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. De beslissing werd op 4 januari 2005 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De aanvraag voor bijzondere bijstand voor verhuiskosten wordt afgewezen wegens ontbreken van een acute noodzaak.