ECLI:NL:CRVB:2005:AS3045
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- R.C. Stam
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Verzekeringsplicht van taxichauffeurs binnen vennootschap onder firma
Deze zaak betreft het hoger beroep van een appellant tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam over de verzekeringsplicht van taxichauffeurs die werkzaam zijn binnen een vennootschap onder firma (v.o.f.). De Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) trad op als gedaagde en handhaafde dat de betrokken taxichauffeurs vanaf 10 april 1996 in dienst waren van appellant.
De rechtbank had het besluit van 15 januari 1998 vernietigd voor zover het aannam dat de betrokkenen vóór 10 april 1996 in dienst waren, maar bevestigde het dienstverband vanaf die datum. Appellant richtte zijn hoger beroep tegen dit oordeel, maar verklaarde het beroep niet-ontvankelijk voor het eerdere besluit omdat appellant geen belang meer had.
De Raad overwoog dat de taxichauffeurs ondanks de firmaregeling in privaatrechtelijke dienstbetrekkingen werkzaam waren bij appellant, de oorspronkelijke exploitant van de taxivergunning. Dit oordeel sluit aan bij eerdere uitspraken van de Raad over dezelfde materie. Er is geen aanleiding om hiervan af te wijken. Het hoger beroep wordt daarom ongegrond verklaard voor het besluit van 29 januari 2002.
De Raad ziet geen grond om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en bevestigt daarmee de verzekeringsplichtige arbeidsverhouding tussen appellant en de betrokkenen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard voor het eerdere besluit en ongegrond voor het latere besluit; de verzekeringsplichtige arbeidsrelatie wordt bevestigd.