ECLI:NL:CRVB:2005:AS3055
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. Bolt
- Rechtspraak.nl
Bevestiging invorderingsbedrag WW-uitkering ondanks betwisting appellant
Appellant is in hoger beroep gekomen tegen een uitspraak van de rechtbank die het door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) vastgestelde bedrag van invordering van ten onrechte ontvangen WW-uitkering bevestigde. Het betrof een bedrag van €32,91 per maand, vastgesteld na terugvordering van dubbele uitkeringen en een opgelegde maatregel.
Appellant voerde aan dat hij door ziekte hoge kosten had en daardoor niet kon terugbetalen, en dat de omrekening van guldens naar euro’s onjuist was. De Raad overwoog dat appellant geen onderbouwing gaf van de extra kosten ondanks verzoeken, maar dat het Uwv toch rekening had gehouden met een beperkte aflossingscapaciteit door het bedrag laag vast te stellen.
De Raad stelde vast dat de omrekening van guldens naar euro’s correct was uitgevoerd en dat de door appellant genoemde kosten van thuiszorg pas na het bestreden besluit waren ontstaan. De Raad vond geen reden om het besluit te vernietigen en bevestigde de uitspraak van de rechtbank, waarmee het invorderingsbedrag in stand bleef.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het invorderingsbedrag van €32,91 per maand en verklaart het beroep ongegrond.