ECLI:NL:CRVB:2005:AS3148
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.G.M. Simons
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar bij brief over schuld en aflossingscapaciteit bij bijstand
Appellant ontving van 1995 tot 2000 een bijstandsuitkering in de vorm van een geldlening vanwege het bezit van een eigen woning. In een brief van 11 oktober 2001 informeerde het College van burgemeester en wethouders van Maastricht appellant over zijn schuld en de jaarlijkse herziening van zijn aflossingscapaciteit.
Appellant maakte bezwaar tegen deze brief, stellende dat hij verplicht werd op een minimumniveau te leven en dit jaarlijks moest verantwoorden. Het College verklaarde het bezwaar ongegrond. De rechtbank Maastricht vernietigde dit besluit en verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk, omdat de brief geen besluit in de zin van artikel 1:3, eerste lid, Awb betrof.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank dat de brief niet gericht was op enig rechtsgevolg en daarmee geen besluit vormde. Hierdoor kon de Raad niet ingaan op de overige argumenten van appellant. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de brief geen besluit is en verklaart het bezwaar niet-ontvankelijk.