ECLI:NL:CRVB:2005:AS3256
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- C.G. Kasdorp
- G.L.M.J. Stevens
- H.R. Geerling-Brouwer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing erkenning als burger-oorlogsslachtoffer wegens onvoldoende bewijs oorlogsgeweld
Eiser, geboren in 1941 als zoon van een moeder van zigeunerafkomst en een vader die woonwagenbewoner was, verzocht om erkenning als burger-oorlogsslachtoffer op grond van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945. Verweerster wees dit verzoek af omdat niet aannemelijk was gemaakt dat eiser daadwerkelijk door oorlogsgeweld was getroffen.
De Raad overwoog dat eiser niet in een reële onderduiksituatie verkeerde op grond van zijn afkomst, aangezien hij ook na de razzia’s van 16 mei 1944 deelnam aan het openbare leven. Daarnaast was de directe betrokkenheid van eiser bij de ontploffing van een kettingbom tijdens een voedseltocht onvoldoende aannemelijk gemaakt. De Raad verwees naar een gelijktijdige uitspraak waarin soortgelijke overwegingen werden gemaakt.
De Raad concludeerde dat er geen grond was voor vernietiging van het bestreden besluit en wees het beroep ongegrond. Tevens werd geen vergoeding van proceskosten toegekend op grond van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek tot erkenning als burger-oorlogsslachtoffer wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs van oorlogsgeweld.