ECLI:NL:CRVB:2005:AS3276
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.G. Kasdorp
- G.L.M.J. Stevens
- H.R. Geerling-Brouwer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing erkenning als vervolgingsslachtoffer wegens ontbreken reële onderduiksituatie
Eisers, de erven van betrokkene, hebben beroep ingesteld tegen het besluit van de Raadskamer WUV van de Pensioen- en Uitkeringsraad dat de aanvraag van betrokkene om erkend te worden als vervolgingsslachtoffer op grond van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 heeft afgewezen.
De Raad heeft overwogen dat betrokkene, geboren in 1934 als zoon van een moeder van zigeunerafkomst en een vader die woonwagenbewoner was, niet in een reële onderduiksituatie verkeerde. Dit blijkt uit sociale rapporten waaruit blijkt dat het gezin na de razzia’s van 16 mei 1944 openlijk deelnam aan het openbare leven, zoals het dagelijks halen van voedsel bij boeren en het bezoeken van school.
De verhuizing van het gezin naar Bussum eind 1944 vond openlijk plaats en was ingegeven door praktische redenen zoals voedselvoorziening, niet door onderduik. De Raad achtte de beleidsuitgangspunten voor zigeuners en half-zigeuners niet van toepassing in deze situatie.
Ook is geen strijd met het gelijkheidsbeginsel vastgesteld, aangezien andere personen die zich daadwerkelijk schuilhielden een andere situatie hadden. Het beroep is daarom ongegrond verklaard en er is geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat betrokkene niet als vervolgingsslachtoffer kan worden erkend wegens het ontbreken van een reële onderduiksituatie.