ECLI:NL:CRVB:2005:AS3329
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G. van der Wiel
- R.C. Stam
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak over premieplichtige autokostenvergoeding en matiging boetenota's
Appellante, actief in import en handel van huishoudelijke reinigingsapparaten, gebruikte agentuurovereenkomsten waarbij 15% van provisie als autokostenvergoeding werd aangemerkt. Gedaagde (UWV en voorganger LISV) kwalificeerde deze vergoeding als premieplichtig loon en legde correcties en boetenota's op over de jaren 1993-1998.
De rechtbank vernietigde eerdere besluiten van gedaagde en beval een nieuwe beslissing. In hoger beroep stelde appellante dat de belastingdienst haar werkwijze had goedgekeurd en dat het vertrouwensbeginsel en matiging van boetes op grond van termijnoverschrijding van toepassing waren.
De Raad concludeerde dat er geen aanwijzingen waren voor goedkeuring door de belastingdienst en dat appellante grove schuld had, mede omdat zij na controlerapporten had moeten weten dat haar werkwijze niet conform de wet was. Wel werd de overschrijding van de redelijke termijn erkend voor boetenota's over 1994-1997, waardoor matiging van 25% passend werd geacht.
De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees toepassing van artikel 8:75 Awb Pro af. De boetenota's blijven van kracht, maar met matiging wegens procedurele vertraging.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de uitspraak en matigt de boetenota's met 25% wegens overschrijding van de redelijke termijn.