ECLI:NL:CRVB:2005:AS3341
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G. van der Wiel
- R.C. Stam
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Hoofdelijk aansprakelijkheid bestuurder voor onbetaald gelaten premies wegens kennelijk onbehoorlijk bestuur
Appellante was bestuurder van een besloten vennootschap (B.V.) die premies voor sociale werknemersverzekeringen over de jaren 1994 tot en met 1997 onbetaald liet. De Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) stelde appellante hoofdelijk aansprakelijk op grond van artikel 16d, derde lid, van de Coördinatiewet Sociale Verzekering (CSV).
De rechtbank vernietigde het bezwaarbesluit deels, maar handhaafde de rechtsgevolgen van dat besluit op grond van artikel 8:72, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Appellante stelde in hoger beroep dat de rechtbank niet bevoegd was om de rechtsgevolgen van een vernietigd besluit in stand te laten, maar dit werd door de Raad verworpen.
De Raad oordeelde dat het niet betalen van de premies het gevolg was van kennelijk onbehoorlijk bestuur door appellante in de drie jaren voorafgaand aan de melding. De Raad wees het verweer af dat afspraken met de Belastingdienst en het ontbreken van primaire bescheiden tot een andere conclusie zouden leiden. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en de aansprakelijkheid van appellante gehandhaafd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de hoofdelijk aansprakelijkheid van appellante voor onbetaald gelaten premies wegens kennelijk onbehoorlijk bestuur.