ECLI:NL:CRVB:2005:AS3416
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- C.G. Kasdorp
- G.L.M.J. Stevens
- H.R. Geerling-Brouwer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing erkenning als burger-oorlogsslachtoffer wegens onvoldoende bewijs oorlogsgeweld
Eiseres, geboren in 1929 als dochter van een moeder van zigeunerafkomst en een vader die woonwagenbewoner was, verzocht om erkenning als burger-oorlogsslachtoffer op grond van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945. Verweerster wees dit verzoek af omdat onvoldoende aannemelijk was gemaakt dat eiseres daadwerkelijk door oorlogsgeweld was getroffen.
De Raad oordeelde dat eiseres niet aannemelijk had gemaakt dat zij in een reële onderduiksituatie verkeerde, mede omdat zij ook na de razzia’s van mei 1944 deelnam aan het openbare leven. Het relaas over seksuele mishandeling door een Duitse soldaat werd als te onduidelijk beoordeeld om onder de werking van de Wet te vallen. Ook de directe betrokkenheid bij een kettingbomontploffing werd onvoldoende bewezen geacht.
De Centrale Raad van Beroep sloot zich aan bij de motivering van verweerster en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen aanleiding gezien voor nader medisch onderzoek of vergoeding van proceskosten. Het beroep werd behandeld op 2 december 2004 en het vonnis werd uitgesproken op 13 januari 2005.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar aanvraag tot erkenning als burger-oorlogsslachtoffer wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende bewijs van oorlogsgeweld.