ECLI:NL:CRVB:2005:AS3469
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- G. van der Wiel
- H.G. Lubberdink
- Rechtspraak.nl
Bevestiging privaatrechtelijke dienstbetrekking sondeerders en directeur ondanks aandeelhouderschap
Appellante, werkzaam in sonderingswerkzaamheden en grondboringen, werd door gedaagde nageheven voor sociale premies over de jaren 1993-1995 betreffende betalingen aan sondeerders en haar directeur. De rechtbank oordeelde dat sprake was van een privaatrechtelijke dienstbetrekking, wat door de Centrale Raad van Beroep werd bevestigd.
De Raad stelde vast dat de sondeerders hun werkzaamheden persoonlijk verrichtten en niet door derden konden worden vervangen, ondanks betaling via een vennootschap onder firma. Daarnaast wees de verklaring van de directeur op een duidelijke gezagsverhouding en werkgeversgezag. Ook de directeur, hoewel minderheidsaandeelhouder, verrichtte werkzaamheden in een privaatrechtelijke dienstbetrekking, zonder beslissende zeggenschap.
Appellante voerde een beroep op het vertrouwensbeginsel aan en betwistte de hoogte van de nageheven premies, maar slaagde hier niet in. De Raad oordeelde dat appellante zich bewust had moeten zijn van haar premieplicht en bevestigde de boetenota’s. Er waren geen gronden voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro. De uitspraak van de rechtbank werd daarmee bekrachtigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de arbeidsverhouding een privaatrechtelijke dienstbetrekking is en handhaaft de premies en boetenota’s.