ECLI:NL:CRVB:2005:AS3474
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.I. ’t Hooft
- G.M.T. Berkel-Kikkert
- R.H. de Bock
- Rechtspraak.nl
Weigering vergoeding siliconen vingerprotheses wegens onvoldoende onderbouwing alternatief pvc-handschoen
Gedaagde onderging in 1995 een amputatie van twee vingertoppen van haar rechterhand en verzocht in 2000 om vergoeding van twee siliconen vingerprotheses. Het ziekenfonds (appellante) weigerde deze vergoeding en bood een pvc-handschoen aan als goedkoper alternatief. De rechtbank verklaarde het beroep van gedaagde gegrond en vernietigde het besluit, stellende dat het alternatief onvoldoende adequaat was.
In hoger beroep handhaafde het ziekenfonds haar standpunt dat de pvc-handschoen een doelmatig en functioneel alternatief zou zijn. De Raad liet een onafhankelijk onderzoek uitvoeren door prof.dr. H.J. Stam, die concludeerde dat de handschoen de functionaliteit van de hand ernstig vermindert en niet doelmatig is. Ook de revalidatiearts van gedaagde bevestigde dat de handschoen ongeschikt is.
De Raad oordeelt dat het ziekenfonds onvoldoende heeft onderbouwd dat de pvc-handschoen een adequaat alternatief is en bevestigt de vernietiging van het besluit. Het ziekenfonds wordt veroordeeld in de proceskosten van gedaagde.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot weigering van vergoeding van siliconen vingerprotheses wordt vernietigd.