ECLI:NL:CRVB:2005:AS3479
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- J.Th. Wolleswinkel
- K. Zeilemaker
- Rechtspraak.nl
Geen recht op bezoldiging op basis van 38-urige werkweek voor niet-actieve politieambtenaar
Appellant, een medewerker sturingsondersteuning bij de politieregio Midden en West Brabant, was op grond van een vertrekregeling ontheven van werkverplichtingen en ontving een arbeidsongeschiktheidsuitkering aangevuld tot een percentage van zijn bezoldiging. Met het Akkoord Arbeidsvoorwaarden sector Politie (2001-2003) werd een 38-urige werkweek ingevoerd met een eenmalige keuzemogelijkheid voor behoud van een 36-urige werkweek.
Appellant ontving aanvankelijk uitbetalingen alsof hij aanspraak had op een 38-urige werkweek, maar later werd dit gecorrigeerd naar 36 uur, wat tot bezwaar leidde. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel. De Raad oordeelde dat bepalingen over arbeids- en rusttijden niet van toepassing zijn op een niet-actieve ambtenaar die geen werkzaamheden verricht.
De Raad benadrukte dat de invoering van de 38-urige werkweek gericht is op het vergroten van de arbeidscapaciteit van actieve politieambtenaren en dat appellant als niet-actieve geen bijdrage levert aan deze uitbreiding. Ook wees de Raad erop dat de salarisschalen niet zijn aangepast en gebaseerd blijven op een 36-urige werkweek. Het beroep op het rechtszekerheidsbeginsel faalde omdat appellant niet zonder meer mocht vertrouwen op de hogere uitbetalingen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en appellant heeft geen recht op bezoldiging op basis van een 38-urige werkweek.