ECLI:NL:CRVB:2005:AS3525
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T.L. de Vries
- M. Gunter
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering na medisch en arbeidskundig onderzoek
Appellant, sinds 1981 arbeidsongeschikt verklaard met een uitkering van 80-100%, werd in 1999 opnieuw medisch onderzocht na remigratie naar Tunesië. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) liet appellant onderzoeken door Nederlandse specialisten, die beperkingen vaststelden maar ook mogelijkheden tot arbeid in een schone omgeving.
Op basis van deze rapporten stelde de verzekeringsarts een belastbaarheidspatroon op, leidend tot een herziening van de WAO-uitkering naar 35-45% arbeidsongeschiktheid. Appellant maakte bezwaar tegen deze herziening, onder meer vanwege het advies van de Tunesische sociale zekerheid en de vaststelling van het maatmaninkomen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit in hoger beroep. De Raad oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig en toereikend was en dat appellant onvoldoende medische onderbouwing leverde voor een hogere mate van arbeidsongeschiktheid. Ook het maatmaninkomen en de geschiktheid voor functies op het aangegeven opleidingsniveau werden door de Raad als juist beoordeeld.
De Raad wees het beroep af en bevestigde het bestreden besluit, waarmee de herziening van de WAO-uitkering in stand bleef.
Uitkomst: De herziening van de WAO-uitkering naar 35-45% arbeidsongeschiktheid wordt bevestigd.