ECLI:NL:CRVB:2005:AS3577
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- J.Th. Wolleswinkel
- K. Zeilemaker
- Rechtspraak.nl
Afwijzing schadevergoeding wegens niet-overleggen documenten en niet-ontvankelijkheid hoger beroep
Appellant, een burgerambtenaar bij het Ministerie van Defensie, stelde hoger beroep in tegen uitspraken van de rechtbank met betrekking tot het intrekken van zijn vakantieverlof in 1995 en de daaropvolgende schadevergoeding. Hij verzocht om inzage in documenten die de bevoegdheid tot het intrekken van het verlof zouden verduidelijken en stelde dat bij het niet overleggen daarvan schadevergoeding zou moeten worden toegekend.
Gedaagde verwees naar een eerder toegekende schadevergoeding die door de Raad was bevestigd en gaf aan niet meer over de gevraagde documenten te beschikken. De Raad oordeelde dat het besluit tot intrekking van het verlof in rechte vaststaat omdat het niet tijdig was aangevochten. Het verzoek om schadevergoeding wegens het niet kunnen overleggen van documenten werd daarom terecht afgewezen.
Verder verklaarde de Raad het hoger beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar tegen het uitblijven van een beslissing op het verzoek van appellant niet-ontvankelijk, omdat het beroep voortijdig was ingesteld. De Raad constateerde dat de overschrijding van de beslistermijn een termijn van orde betrof en dat appellant geen aantoonbare schade had geleden door de vertraagde besluitvorming.
De Raad bevestigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank en zag geen grond voor toepassing van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. Het hoger beroep werd daarmee afgewezen en het verzoek om schadevergoeding verworpen.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard en het verzoek om schadevergoeding is afgewezen.