ECLI:NL:CRVB:2005:AS3597
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- D.J. van der Vos
- S.K. Welbedacht
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering ondanks faillissement werkgever en ontbreken aangepast werk
Appellant had bezwaar gemaakt tegen de herziening van zijn WAO-uitkering, waarbij de mate van arbeidsongeschiktheid was vastgesteld op 80 tot 100% met ingang van 14 mei 2001. Hij voerde aan dat hij bij zijn eigen werkgever nog aangepast werk kon verrichten, waardoor hij niet volledig arbeidsongeschikt zou zijn.
De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van appellant ongegrond. Appellant stelde in hoger beroep dat de arbeidsdeskundige en bezwaararbeidsdeskundige onterecht hadden geconcludeerd dat er geen aangepast werk voorhanden was, mede omdat hij 23 jaar bij de werkgever had gewerkt en bekend was met de werkzaamheden.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de grieven van appellant, die betrekking hadden op het ontbreken van reïntegratie bij de eigen werkgever, buiten beschouwing konden blijven omdat de werkgever failliet was verklaard. De Raad bevestigde het bestreden besluit en vond geen gronden om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
De uitspraak bevestigt dat een theoretische schatting van arbeidsongeschiktheid kan worden gehandhaafd wanneer aangepast werk bij de eigen werkgever niet meer beschikbaar is, ook als reïntegratie niet heeft plaatsgevonden.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening van de WAO-uitkering naar 80-100% arbeidsongeschiktheid.