ECLI:NL:CRVB:2005:AS3624
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van der Net
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- M.C.M. van Laar
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WW-uitkering wegens niet-rechtmatig verblijf in Nederland
Appellant, met de Turkse nationaliteit, verbleef niet rechtmatig in Nederland op het moment van aanvraag van een WW-uitkering op 22 februari 2002. Zijn aanvraag werd door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) afgewezen omdat hij niet als werknemer in de zin van de WW werd beschouwd. Het bezwaar tegen deze afwijzing werd eveneens ongegrond verklaard.
De rechtbank ’s-Gravenhage verklaarde het beroep van appellant tegen deze besluiten ongegrond, onder verwijzing naar eerdere uitspraken van de Raad waarin de Koppelingswet werd getoetst aan internationale verdragen en het discriminatieverbod. Appellant stelde in hoger beroep dat de weigering van de uitkering in strijd was met internationaal en supranationaal recht, waaronder artikel 3 van Pro het Besluit 3/80 van de Associatieraad EG-Turkije.
De Raad overweegt dat appellant niet rechtmatig in Nederland verbleef en niet tot de beschermde groep behoorde zoals bedoeld in de WW en het Besluit uitbreiding en beperking kring verzekerden werknemersverzekeringen 1990. De Raad verwijst naar eerdere uitspraken waarin de Koppelingswet niet in strijd werd geacht met het Internationaal Verdrag inzake Burgerrechten en Politieke Rechten (IVBPR) en het discriminatieverbod. Omdat appellant na 1 juli 1998 een aanvraag tot toelating heeft ingediend, is de koppelingswetgeving op hem van toepassing. De Raad bevestigt dat de afwijzing van de WW-uitkering terecht is en wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WW-uitkering wegens niet-rechtmatig verblijf van appellant in Nederland.