ECLI:NL:CRVB:2005:AS3627
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van der Net
- M.C.M. van Laar
- C.M. van Wechem
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verzekeringsplicht en boeteoplegging wegens privaatrechtelijke dienstbetrekking
Appellante voerde hoger beroep tegen een besluit van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) waarin haar bezwaren tegen correctienota’s en boetenota’s over 1996-1998 ongegrond werden verklaard. Het geschil betreft de vraag of tussen appellante en betrokkene sprake was van een privaatrechtelijke dienstbetrekking, waardoor verzekeringsplicht bestond.
Uit een looncontrole in februari 2001 bleek dat appellante geen verzekeringsplicht had aangenomen voor betrokkene over de jaren 1996 tot en met 1998. Betrokkene werkte sinds 1994 via zijn administratiekantoor voor appellante, aanvankelijk vier dagen per week, later gemiddeld twee dagen. De Raad concludeert dat de drie essentiële kenmerken van een dienstbetrekking aanwezig zijn: gezagsverhouding, persoonlijke dienstverrichting en loonbetaling. De werkzaamheden waren ingebed in de bedrijfsvoering van appellante, vonden plaats op haar kantoor en betrokkene was verplicht werktijden te respecteren.
Appellante betwistte het bestaan van een gezagsverhouding en de verplichting tot persoonlijke arbeid, en stelde dat facturering per uur niet op loonbetaling wijst. Ook stelde zij dat het bestuursorgaan onvoldoende zorgvuldig had gehandeld en dat er geen sprake was van opzet of grove schuld. De Raad verwierp deze verweren en oordeelde dat appellante bewust geen premies heeft afgedragen terwijl zij hiervan op de hoogte had moeten zijn. De opgelegde boetes zijn terecht en proportioneel.
De Raad bevestigt het besluit van het Uwv en de uitspraak van de rechtbank Breda, waarmee het hoger beroep wordt afgewezen.
Uitkomst: Hoger beroep wordt afgewezen; verzekeringsplicht en boeteoplegging worden bevestigd.