ECLI:NL:CRVB:2005:AS3629
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G. van de Wiel
- R.C. Stam
- E. Aardema
- Rechtspraak.nl
Bezwaarschrift tegen verzekeringsplicht en premieheffing werknemer met aandelen
Appellante betwistte het besluit van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) dat een werknemer met 25% aandelen in haar onderneming verplicht verzekerd was en dat hierover premies verschuldigd zijn. De rechtbank verklaarde het bezwaar tegen het besluit niet-ontvankelijk, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de brief van appellante als een bezwaarschrift moet worden aangemerkt en vernietigde dat deel van de uitspraak.
De Raad onderzocht of de werknemer in de jaren 1996 tot en met 1998 verplicht verzekerd was. Hoewel de werknemer 25% van de aandelen bezat, had hij geen doorslaggevende invloed in de algemene aandeelhoudersvergadering en was er geen voldoende bijzondere situatie die een uitzondering op de gezagsrelatie rechtvaardigde.
Appellante voerde aan dat er een afspraak was over gelijke zeggenschap in het bestuur, maar de Raad vond dat dit onvoldoende was om de verzekeringsplicht te ontkennen. Ook het voornemen tot wijziging van de aandelenverhouding werd niet als uitzonderingssituatie gezien, mede omdat dit niet is gerealiseerd.
De Raad verwierp verder het beroep op het gelijkheidsbeginsel en het vertrouwensbeginsel, omdat geen schriftelijke toezegging was gedaan dat de werknemer niet verplicht verzekerd zou zijn. De correctienota’s over de premiebedragen werden bevestigd en de boetenota’s werden gehandhaafd. De Raad veroordeelde het UWV tot vergoeding van de proceskosten van appellante in hoger beroep.
Uitkomst: De verzekeringsplicht en premieheffing over de jaren 1996 tot en met 1998 worden bevestigd en het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.