ECLI:NL:CRVB:2005:AS3670
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- R.C. Stam
- M.C.M. van Laar
- Rechtspraak.nl
Bevestiging gezagsverhouding vennoot met minderheidsbelang in privaatrechtelijke dienstbetrekking
Appellante, actief in bemiddeling in assurantiën en financiële dienstverlening, voerde hoger beroep tegen een uitspraak van de rechtbank Haarlem die een besluit van het UWV bevestigde. Het geschil betrof de vraag of [betrokkene 2], minderheidsaandeelhouder met 49% aandelen, onder gezag van appellante viel en daarmee een privaatrechtelijke dienstbetrekking had.
De Raad stelde vast dat [betrokkene 2] geen statutair directeur was en dus niet onder direct gezag van de algemene vergadering van aandeelhouders stond, maar wel onder het gezag van de directie, vertegenwoordigd door [betrokkene 1]. De aandeelhoudersovereenkomst en gewijzigde statuten beoogden gezamenlijke leiding, maar in conflicterende situaties kon gezagsuitoefening plaatsvinden. Ook het feit dat alleen [betrokkene 1] was ingeschreven voor bemiddelingstaken en een franchiseovereenkomst had gesloten, ondersteunde dit oordeel.
De Raad verwierp het beroep op algemene beginselen van behoorlijk bestuur, omdat verzekeringsplicht van rechtswege ontstaat. De aangevallen uitspraak werd bevestigd en appellante werd niet in de proceskosten veroordeeld.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de minderheidsaandeelhouder onder het gezag van de directie viel en verzekeringsplicht had.