ECLI:NL:CRVB:2005:AS3846
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstandsuitkering wegens ontbreken geldige verblijfstitel
Appellant, afkomstig uit Wit-Rusland, ontving vanaf december 1998 algemene bijstand. De Staatssecretaris van Justitie wees in juni 2001 zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning af en verklaarde hem ongewenst. Naar aanleiding hiervan trok de gemeente Eindhoven in augustus 2001 de bijstandsuitkering met ingang van 8 juni 2001 in. Het bezwaar van appellant tegen deze intrekking werd door de gemeente ongegrond verklaard en de rechtbank bevestigde dit in december 2002.
Appellant ging in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep. De Raad oordeelde dat appellant geen recht had op bijstand omdat hij niet kon worden gelijkgesteld aan een Nederlander op grond van de relevante bepalingen van de Algemene bijstandswet en de Vreemdelingenwet 2000. Ook het argument dat intrekking in strijd zou zijn met artikel 3 EVRM Pro werd verworpen, omdat de maatregel niet neerkomt op foltering, onmenselijke of vernederende behandeling.
De Raad bevestigde daarmee het besluit tot intrekking van de bijstand met ingang van 8 juni 2001 en zag geen aanleiding voor een veroordeling in proceskosten. De uitspraak werd op 25 januari 2005 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De intrekking van de bijstandsuitkering wegens het ontbreken van een geldige verblijfstitel wordt bevestigd.