ECLI:NL:CRVB:2005:AS3959
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th. C. van Sloten
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstandsuitkering wegens verzwegen inkomsten uit arbeid
Appellant ontving een bijstandsuitkering op grond van de Algemene bijstandswet (Abw). Uit onderzoek van het Regionaal Interdisciplinair Fraudeteam Amsterdam bleek dat appellant in de periode van 3 december 2000 tot 12 augustus 2001 werkzaamheden verrichtte bij een uitzendbureau, waaruit hij inkomsten ontving die de bijstandsnorm overschreden.
Op basis van deze gegevens trok het College van burgemeester en wethouders van Amsterdam de uitkering over deze periode in en vorderde de gemaakte kosten van bijstand terug. Appellant voerde aan dat hij niet had gewerkt en dat sprake was van misbruik van zijn persoonsgegevens, maar kon dit niet aantonen met bewijs of aangifte.
De Raad oordeelde dat appellant zijn inlichtingenverplichting had geschonden door deze inkomsten te verzwijgen. Er was geen aanleiding voor het bestuursorgaan om nader onderzoek te verrichten. Ook ontbraken dringende redenen om af te zien van intrekking en terugvordering. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de bijstandsuitkering en terugvordering van kosten worden bevestigd wegens het niet melden van inkomsten uit arbeid.