ECLI:NL:CRVB:2005:AS3969
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijstandsuitkering wegens ontbreken rechtmatig verblijf
Appellant, van Ecuadoriaanse nationaliteit, diende op 6 november 2001 een aanvraag in voor een bijstandsuitkering op grond van de Algemene bijstandswet (Abw). Deze aanvraag werd afgewezen omdat appellant niet beschikte over een rechtmatige verblijfsvergunning. Het bezwaar tegen deze afwijzing werd eveneens ongegrond verklaard door het College van burgemeester en wethouders van Amsterdam.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij zich in een noodsituatie bevond en dat zijn vreemdelingenprocedure nog liep, waardoor uitzetting op grond van de Vreemdelingenwet 2000 achterwege zou moeten blijven. De Raad oordeelde echter dat appellant niet kon worden gelijkgesteld aan een Nederlander op grond van de relevante bepalingen van de Abw en de Vreemdelingenwet 2000, en dat ook bijstandsverlening wegens zeer dringende redenen niet mogelijk was.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde het besluit tot afwijzing van de bijstand en zag geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten. De uitspraak van de rechtbank Amsterdam werd daarmee bekrachtigd.
Uitkomst: De aanvraag bijstandsuitkering werd afgewezen vanwege het ontbreken van rechtmatig verblijf.