ECLI:NL:CRVB:2005:AS3993
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Ch.J.G. Olde Kalter
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- Rechtspraak.nl
Weigering van ziekengeld na ontslag zonder benadelingshandeling volgens Ziektewet
Appellante nam ontslag per 1 juni 2002 vanwege een verhuizing en meldde zich op 18 juni 2002 ziek na een ongeval. Gedaagde weigerde aanvankelijk zowel WW-uitkering als ziekengeld toe te kennen. Na bezwaar werd het standpunt gewijzigd, waarbij gedaagde stelde dat appellante een benadelingshandeling had gepleegd door ontslag te nemen terwijl zij wist dat zij mogelijk ziek zou worden, wat volgens artikel 45 ZW Pro tot weigering van ziekengeld zou leiden.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar de Raad stelde vast dat de rechtbank buiten de grenzen van het geding trad door ook het beroep tegen de WW-uitkering te behandelen zonder dat daartegen beroep was ingesteld. De Raad overwoog dat de wetgever met de benadelingshandeling in artikel 45 ZW Pro alleen situaties bedoelde waarin iemand bewust loonaanspraken opgeeft terwijl het ongeschiktheidsrisico al was ingetreden.
Omdat appellante op het moment van ontslag niet arbeidsongeschikt was en de arbeidsongeschiktheid pas later door een ongeval ontstond, was er geen sprake van een benadelingshandeling. Het besluit van gedaagde om ziekengeld te weigeren op die grond was daarom onjuist. De Raad vernietigde het besluit en bepaalde dat gedaagde een nieuw besluit moet nemen, waarbij ook de proceskosten ten gunste van appellante werden toegewezen.
Uitkomst: De Raad vernietigt het besluit tot weigering van ziekengeld omdat geen benadelingshandeling is gepleegd en beveelt een nieuw besluit.