ECLI:NL:CRVB:2005:AS3999
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Ch.J.G. Olde Kalter
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging berekening WAZ-uitkeringsgrondslag bij meewerkend echtgenote
Appellant, een zelfstandig werkend orthopedisch schoenmaker, maakte bezwaar tegen de berekening van zijn WAZ-uitkeringsgrondslag waarbij een deel van de jaarwinst werd toegerekend aan zijn meewerkende echtgenote. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) had de grondslag vastgesteld op basis van artikel 8, dertiende lid, van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen (WAZ), waarbij de WW-uitkering werd verrekend en de jaarwinst werd verdeeld volgens wettelijke regels.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde. De Centrale Raad van Beroep overwoog dat de berekening van de WAZ-grondslag, inclusief de toerekening van circa 20% van de jaarwinst aan de echtgenote, in overeenstemming is met de wettelijke bepalingen van de WAZ en het Inkomensbesluit Waz.
De Raad benadrukte dat de echtgenoot die meewerkt in de onderneming ook verzekerd is voor het arbeidsongeschiktheidsrisico en dat de toerekening van de jaarwinst aan zowel de zelfstandige als de meewerkende echtgenoot wettelijk is voorgeschreven. De fiscale meewerkaftrek is in dit kader niet relevant. De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de WAZ-uitkeringsgrondslag correct is vastgesteld inclusief toerekening aan de meewerkende echtgenote.