ECLI:NL:CRVB:2005:AS4005
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H.R. Geerling-Brouwer
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring beroep wegens niet tijdige betaling griffierecht afgewezen
Opposante had beroep ingesteld tegen een besluit van de Pensioen- en Uitkeringsraad, maar dit beroep werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet binnen de gestelde termijn was betaald. Tegen deze niet-ontvankelijkverklaring heeft opposante verzet ingesteld, waarbij zij aangaf niet gehoord te willen worden.
De Raad stelde vast dat opposante in haar verzet geen nieuwe gronden had aangevoerd die het verzet konden rechtvaardigen. Haar verzet was in wezen een herhaling van haar eerdere stelling dat zij niet wenste te betalen. Volgens artikel 8:41 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is het niet mogelijk om vrijstelling te verlenen van de verplichting tot betaling van griffierecht.
De Raad oordeelde daarom dat het verzet ongegrond was en wees het af. Er waren geen omstandigheden aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Awb, dat in bijzondere gevallen vrijstelling kan bieden. De uitspraak werd gedaan door rechter H.R. Geerling-Brouwer in aanwezigheid van griffier A.D. van Dissel-Singhal.
Uitkomst: Het verzet van opposante wordt ongegrond verklaard en afgewezen wegens het niet tijdig betalen van het griffierecht.